|
Pagina 2 van 3
In 1651 vond een inventarisatie plaats ?ten huize van Sible Pijters ende Right Sijmens, im tijts echtlieden herbergiers en versturven te Oosterlittens. Na hen worden Thomas Gerrits en zijn vrouw tussen 1656 en 1665 als herbergiers genoemd.
In 1676 kocht Pijbe Oedses uit het dorp de herberg voor 575 gg, ?bij Pijter Prins voor deseb bewoont hebbende, met de grechtigheid van een vrije tap? van de crediteuren van eerder genoemde Jan Sijbes. Pijbe Oedses was herbergier van 1676-1694, toen hij overleed. Zijn dochter Claaske Piebes en zoon Teije Piebes beheerden achtereenvolgens de herberg in de periode 1694-1745. D elaatst genoemde verkocht in 1745 de herberg aan Hendrik de Bruin en diens vrouw Margrieta de Roemer voor 500 gg.
Vanaf 1745 is er van elke herbergier in deze herberg wel een nevenberoep bekend, nodig om voor een aanvullend inkomen te zorgen. Hendik de Bruin was tevens executeur (deurwaarder). De zgn. ?assistenten?waren aan hem ondergeschikt, zodat men hem wel kan beschouwen als hoofd van de ?Politie?van het nederrecht, in dit geval Baarderadeel.
In 1770 kwam handelaar Ids Simons in de Herberg. Hij huurde de herberg to 1794. In genoemd jaar kochten Pieter Ulbe Kuipers en zijn vrouw Fokeltje Rintjes ?de huizinge en herberg, bleekveld en erve c.a. staande en gelegen op ?t hoog van de buiren van Atje Jacobs, weduwe en tweede vrouw van wijlen Hendrik de Bruin? voor 410 goud gulden. Pieter Kuipers was naast herbergier kuiper van beroep. Zijn opvolger was zijn schoonzoon Minne Hendriks van der Plaats (1832-1838), tevens timmerman van beroep, na deze Gerben Klazes van Tuinen (1838-1840). De volgende herbergier was Hijltje Wanders Wiegman, die in 1840 de herberg kocht van de weduwe Pieter Ulbe Kuipers voor f1405,--. Het nevenberoep van Hijltje Wiegman was ketellapper; hij was herbergier van 1840-1856.
|